De Nederlandse overheid moet eisen dat het mobiele netwerk altijd een bepaalde minimumsnelheid kan behalen. Zo luidt een advies in een onderzoek uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken.

 

De onderzoekers adviseren staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken om een minimumsnelheid voor mobiel internet te verplichten als de frequenties voor het 5G-netwerk worden geveild.

 

Die minimumsnelheid zou in 2022 op 8 Mbps moeten liggen, aldus de onderzoekers. In 2026 zou hij dan opgehoogd kunnen worden naar 10 Mbps.


Deze snelheid zou op het moment niet bereikt worden. In de uiterste rand van het mobiele netwerk zou de verbinding beperkt of zelfs niet beschikbaar zijn.

 

Snel internet is een basisbehoefte

Volgens Keijzer kan snel internet via een vaste of mobiele verbinding inmiddels worden gezien als een basisbehoefte. "Er zijn nog altijd plekken in Nederland waar de mobiele netwerkdekking buitenshuis onvoldoende is, bijvoorbeeld omdat het aanbieden op de locaties voor operators commercieel niet-rendabel is. Dat wil het kabinet oplossen bij de komende veiling." De frequentiekopers moeten al beloven dat ze 98 procent van Nederland gaan dekken met hun 5G-netwerken.